Algemene gesprekstips

Hieronder een aantal aandachtspunten voor als je het gesprek aangaat met de jongere. We geven je tips over de volgende onderwerpen: voorbereiding van het gesprek, je eigen houding tijdens het gesprek, het bekrachtigen van de jongere, onderwerpen die in het gesprek naar voren kunnen komen (inhoud), de zelfbeschadiging bespreekbaar maken, samen zoeken naar de reden en aanpak, omgaan met wonden, vragen naar zelfdoding, gesprekstechnieken en de follow-up van het gesprek. Per thema vind je concrete tips.

Voorbereiding

  • Maak tijd. Dit betekent soms dat je andere afspraken moet afzeggen of verplaatsen.
  • Kies met zorg een plek. Bijvoorbeeld samen wandelen of in een kamer in een hoekopstelling zitten zodat de jongere weg kan kijken.
  • Wees op de hoogte van regels over vertrouwelijkheid.
  • Volg uw organisatiebeleid of protocol. Gebruik als professional de ondersteuning die voor jou beschikbaar is – bijv. manager, collegae, supervisor. Als leraar/docent/mentor bespreek de problematiek met de volgende in de lijn van de zorgstructuur.

Houding

  • Heb respect, oordeel niet, wees kalm en bied een luisterend oor. Geef de ruimte aan wat de jongere kwijt wil, zonder direct met advies of een mening te komen. Volg het tempo van de jongere. Dring niet aan als de jongere iets nog niet wil vertellen of aan anderen (nog) niets over zelfbeschadiging wil vertellen. Belangrijk is om een vertrouwensrelatie op te bouwen waarbinnen de jongere zich vrij voelt om erover te praten wanneer de jongere dat wil.
  • Probeer niet kwaad te reageren, wijs de jongere niet af en toon je teleurstelling niet. De jongere voelt zich anders nog schuldiger, minder waard en het kan zijn dat zij zichzelf daardoor nog meer gaat beschadigen.
  • Realiseer je dat de jongere moeite heeft om met zijn of haar gevoelens om te gaan en waarschijnlijk haar eigen emoties niet altijd begrijpt.
  • Probeer meelevend te zijn en begrip te tonen. Zie zelfbeschadigend gedrag als een manier om met ondraaglijke situaties en ondraaglijke gevoelens om te gaan. Interpreteer zelf niet te veel en vraag wat de zelfbeschadiging voor de jongere betekent en probeer dat te begrijpen.
  • Toon oprechte bezorgdheid. Zeg bijvoorbeeld “ik heb de indruk dat het niet goed met je gaat en ik maak me daar zorgen over, kan ik jou ergens bij helpen?”.
  • Presenteer jezelf als zelfverzekerd en onder controle (hoe je je ook voelt). Bijvoorbeeld: “Laten we dit samen proberen te bespreken om zo een ​​weg hieruit te vinden.”
  • Wees open en eerlijk over wat je gaat doen. Ook als een jongere iets moeilijk vindt of liever niet wil, bijvoorbeeld het informeren van anderen dat soms juridisch of medisch noodzakelijk is. Bespreek in die situaties waarom de jongere het moeilijk vindt en zoek samen uit hoe je daarin samen kan handelen. En leg uit waarom iets toch moet.

Bekrachtigen

  • Benadruk, als de jongere vertelt over de zelfbeschadiging, hoe goed het is dat de jongere het vertelt. Voor de meeste jongeren is het een grote stap om er mee naar buiten te treden.
  • Erken hun nood en toon bezorgdheid. Bijvoorbeeld: “Dat klinkt heel angstaanjagend. Laten we eens kijken wat we samen kunnen doen om te helpen”.
  • Belangrijk is dat je hoop uitstraalt; dat je er vertrouwen in hebt dat het weer beter kan gaan met de jongere, dat de jongere weer kan herstellen.
  • Toon interesse in hen als persoon en niet alleen als iemand die zichzelf schaadt.
  • Heb ook aandacht voor positieve eigenschappen.

Inhoud

  • Wees vanaf het begin duidelijk over de grenzen van de vertrouwelijkheid.
  • Doe geen beloften. Wees realistisch over wat je wel en niet kunt doen.
  • Houd de optie open dat de jongere misschien liever met iemand anders wil praten. Vraag daarom of de jongere liever met iemand anders wilt praten (bv. de huisarts, een professionele hulpverlener of een hulplijn).
  • Wees eerlijk als je onvoldoende kennis hebt van omgaan met zelfbeschadiging. Door bijvoorbeeld te noemen: “Het ligt niet aan jou maar ik weet niet hoe ik je kan helpen”. De jongere heeft meer baat bij een goede doorverwijzing dan een teleurstellende ervaring met de hulpverlening.
  • Ga regelmatig na wat voor zorgen ze hebben over hun zelfbeschadiging.
  • Richt je niet alleen op zelfbeschadiging, maar probeer vooral de redenen te begrijpen van de zelfbeschadiging.
  • Dring niet aan op stoppen en stel geen ultimatums. Dat werkt niet.
  • Bespreek met de jongere of deze zijn of haar ouders verteld heeft wat er aan de hand is. Zo nee, vraag wat de reden is dat dit niet gedaan is. Wanneer de oorzaak niet primair thuis lijkt te liggen, kan je bespreken wanneer de jongere wel met haar ouders hierover wil spreken. Belangrijk is dat een jongere zich gaat realiseren dat de ouders er verdriet van zullen hebben maar ook een bron van steun kunnen zijn.

De zelfbeschadiging bespreekbaar maken

  • Benoem eerst dat je je realiseert dat het moeilijk is voor de jongere om te vertellen over de zelfbeschadiging en dat jongeren zich vaak schamen voor hun gedrag.
  • Vraag daarna pas naar de zelfbeschadiging zelf: Wanneer gebeurt het? Hoe vaak? Wie weet er van? Is dit in de loop van de tijd veranderd, d.w.z. toegenomen in frequentie, ernst of methode?
  • Realiseer je dat de jongere zich kwetsbaar voelt als het gaat over zelfbeschadiging. De kans is groot dat hij of zij niet zomaar vertelt over de methode, gebruikte materialen en locatie. Dit is intieme informatie. Vragen hierover dien je zorgvuldig te stellen.

Zoek samen naar de reden

  • Zijn er onderliggende problemen: pesten, relationele problemen, stressoren op school?
  • Wat gaat er aan de zelfbeschadiging vooraf – zijn er specifieke triggers?

Zoek samen naar een aanpak

  • Zijn er maatregelen genomen om de onderliggende problemen aan te pakken? Hebben ze geholpen?
  • Wat zou, volgens de jongere, op dit moment helpen?
  • Zijn er momenten waarop ze andere coping-strategieën kunnen gebruiken? Welke andere strategieën of alternatieven hebben ze? Adviseer de alternatieven op te schrijven en op te hangen op een voor de jongere geschikte plaats (bijvoorbeeld de slaapkamer).

Wonden

Sommige jongeren willen de gevolgen van hun zelfbeschadiging alleen aan een arts laten zien. Het inspecteren van wonden moet een functie hebben, bijvoorbeeld om te zien of er gehecht moet worden of omdat de kans bestaat dat zich een infectie ontwikkelt. In dat geval leg je uit waarom je de wond wilt zien: omdat je je zorgen maakt en wilt weten of er bepaalde zorg nodig is.

Vragen om de wonden te laten zien om te controleren of iemand zich beschadigt, is sterk af te raden. Deze controle draagt niet bij aan het tot stand brengen van een goede vertrouwensrelatie.

Vraag naar zelfdoding

  • Heeft de jongere het gevoel dat het leven niet de moeite waard is om te leven?
  • Je mag vragen of iemand wel eens aan zelfdoding denkt. Het is belangrijk om te weten of iemand daarmee worstelt en is dit het geval dan is het belangrijk de jongere naar de huisarts te verwijzen en daarover zelf contact met de huisarts op te nemen.

Bij bevestiging wordt het zaak de jongere te motiveren contact op te nemen met de huisarts en een sluitende overdracht te regelen.

De verantwoordelijkheid van een professional eindigt pas wanneer een warme overdracht naar een andere hulpverlener in de keten heeft plaatsgevonden (zie ook de generieke module Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag: organisatie van zorg op: https://www.ggzstandaarden.nl/generieke-modules/diagnostiek-en-behandeling-van-suicidaal-gedrag/organisatie-van-zorg).

113-Zelfmoord preventie

Verwijs naar 113-zelfmoordpreventie: https://www.113.nl/. Daar kan de jongere terecht voor informatie en steun. Er is ook een speciale app die de jongere kan gebruiken: BackUp. De app bevat verschillende tools die de jongere kunnen helpen een crisis te overbruggen of een volgende crisis te voorkomen.

Gesprekstechniek

  • Houd het gesprek open en spreek je zorgen uit in plaats van je vermoedens/beschuldigingen op tafel te leggen.
  • Gebruik actief luisteren. Luister naar wat er gezegd wordt en ga na of je begrijpt wat er gezegd is. Bijvoorbeeld: “Ik wil even nagaan of ik goed begrepen hebt wat je bedoelt?”
  • Geef de jongere de tijd om te praten. Als je het gevoel hebt het contact te verliezen is waarschijnlijk voor dat moment genoeg geweest. Je kunt dit benoemen en een vervolgafspraak maken.

Follow-up

  • Vraag de jongere wat hij of zij wil doen en plan samen de volgende stappen.
  • Laat weten dat je samen naar hulp kunt zoeken en de jongere dat niet alleen hoeft te doen. Stel voor om een afspraak te maken bij de huisarts of een ggz-professional op te zoeken die haar kan helpen meer zelfvertrouwen te krijgen als de jongere dit wenst.
  • Spreek af wie waarover welke regie heeft en houd je daaraan. Bedenk ook van te voren waar je zelf de regie over wilt (moet) houden en kijk naar de haalbaarheid daarvan. Neem dat mee in de afspraken met de jongere.
  • Neem contact op met andere instanties voor advies of om te verwijzen waar nodig, in overleg met de jongere.
  • Onderhoud contact met alle betrokkenen in overeenstemming met richtlijnen over vertrouwelijkheid en toestemming.
  • Zorg voor supervisie om beter om te kunnen gaan met problemen die ontstaan door te werken met jongeren die zelfbeschadigen.
Do NOT follow this link or you will be banned from the site!