Signaleren

Jongeren die zichzelf beschadigen voelen zich vaak niet begrepen, veroordeeld, en schamen zich. Ze zullen hun zelfbeschadiging  proberen te verbergen. Vaak zijn er wel signalen die erop kunnen wijzen dat een jongere zichzelf beschadigt. Ook zijn er bepaalde factoren waardoor jongeren een groter risico lopen op zelfbeschadigend gedrag. Wees je als professional bewust van deze mogelijke signalen en risicofactoren.

Handvat om de jongere te motiveren hulp te accepteren

Probeer je in de eerste plaats zo goed mogelijk in te leven in de situatie en de belevingswereld van de jongere. Ga naast hem of haar staan en nooit erboven of ertegenover. Leef je in, en zoek samen naar wat past.

Vaak wil iemand wel hulp, maar kunnen er tal van obstakels zijn die in de weg staan. Help die één voor één op te ruimen of te ‘neutraliseren’, en kijk daarbij zoveel mogelijk op de manier van de jongere naar de dingen. Bepaal samen wat de best passende vorm van hulp is op basis van de voors en tegens. En geef hem of haar vooral het voortouw in het maken van de juiste keuzes.

Handvat bij het bepalen van wanneer welke vervolghulp nodig is

De algemene aanbeveling is de problematiek van de jongere eerst te bespreken tijdens een (zorg)casuïstiekbespreking in het multidisciplinaire team op de school. Volg hierin de zorgstructuur van de school.

Voor de uitwisseling van gegevens is toestemming nodig van:

  • de ouders, als het kind jonger is dan 12 jaar;
  • de ouders en de jongere, als de jeugdige tussen 12 en 16 jaar is;
  • de jongere als deze ouder is dan 16 jaar. Het is belangrijk ook dan met de ouders af te stemmen.

Voor het anoniem (dus ‘niet herleidbaar tot de persoon’) bespreken van de problematiek is geen toestemming nodig.

Geadviseerd wordt de jongere in ieder geval naar de huisarts of de generalistische basis-ggz (voor jeugd) of de meer specialistische ggz (jeugd) te verwijzen als er ernstige problemen zijn, of als de zelfbeschadiging en/of het verdriet aan het toenemen zijn en/of als de jongere angsten ontwikkelt of neerslachtig lijkt. Verwijs vanzelfsprekend in overleg met de betrokkene zelf!  

Zelfbeschadiging kan in ernst toenemen. Zodra er met de betrokkene gesproken is over wat nou grosso modo de onderliggende problemen van zelfbeschadiging zijn, weten jullie beter welk advies in te winnen bij welke soort expert; binnen de school, bij de jeugdgezondheidszorg of de Jeugd-ggz (de generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of de specialistische geestelijke gezondheidszorg).

Naast het inwinnen van dergelijk advies kunnen jullie ook in overleg met de huisarts, jeugdarts én de betrokkene besluiten zelf een afspraak te maken met de generalistische basis ggz (voor de jeugd) of de specialistische ggz (voor de jeugd).

Het is raadzaam om na de verwijzing met zowel de betrokkene als de hulpverlener af te stemmen wie voortaan wát doet en wanneer; en om af te spreken hoe jullie daarbij in het vervolg met elkaar omgaan. Als dat niet kan, dan sowieso met de betrokkene afstemmen.

Als de betrokkene op de eerste hulp terecht komt door zelfbeschadiging, is het eerste wat je na de wondverzorging organiseert, de betrokkene in contact te brengen met (of te verwijzen naar) een collega met expertise rond zelfbeschadiging. Deze professional gaat met de jongere in gesprek en met hem of haar onderzoeken hoe de psychische problematiek eruit ziet om de juiste, gerichte verdere begeleiding te organiseren – mocht die er nog niet zijn.

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!